Dione de Graaff presenteert Radio Tour de France
Tekst: Pauline Bronkhorst
Turend naar het papiertje in haar hand, loopt Dione de Graaff (41) de redactievloer van de NOS-sportprogramma’s op, waar een handjevol journalisten staat te wachten. “De NCRV-gids?”, vraagt ze rondkijkend. Als ze de juiste persoon heeft gevonden, laat ze haar ‘rooster’ voor die dag zien. Elk uur is gereserveerd voor een andere interviewer. Zo vlak voor het WK begint, wil iedereen Jack van Gelder, Tom Egbers, Dione de Graaff en de andere gezichten van Studio Sport spreken. Want hoe je het ook wendt of keert, deze weken kun je niet om hen heen. En om de enige dame van het team al helemaal niet. Behalve de uitzendingen rondom de niet-Nederlands elftal-wedstrijden van het WK-voetbal, presenteert ze ook nog eens drie weken lang Radio Tour de France. “Mensen die mij niet graag zien of horen, hebben een klein probleem deze zomer”, lacht ze.
De vorige WK’s deed je ook de presentatie vanuit Hilversum. Was je dit keer niet veel liever in Zuid-Afrika?
“Ik heb een tijdje geleden al besloten om me ook op andere sporten te richten. Iedereen wil namelijk naar het voetbal. Ik vind het heel leuk hoor, maar er kunnen geen zeven presentatoren naar Zuid-Afrika. Dan kun je heel lang wachten en telkens teleurgesteld worden of heel erg op je strepen gaan staan, maar daar had ik helemaal geen zin in. Voetbal is voor mij niet het ultieme.”
Wat dan wel?
“Wielrennen! Daarom vind ik het… Ik kan het niet eens uitleggen. Ik vind het zó geweldig dat ik nu Radio Tour de France mag doen. Toen de bekende lage stem van Hans Hogendoorn voor de eerste keer zei: ‘Dit is Langs de lijn, met Dione de Graaf’, zat ik al zó (gooit haar armen in de lucht) achter de microfoon. Daar was ik zo trots op. En nu ook. Radio Tour de France, daar luisterde ik áltijd naar. Vroeger wilde ik niet op vakantie tijdens de Tour, maar als ik dan toch ging, had ik m’n radiootje bij me.”
Richt je je pijlen nu op radio maken?
“Lang geleden heb ik met Sjors Fröhlich en Peter Plaisier Paperclip radio gemaakt voor de NCRV en sindsdien had ik niet meer achter de microfoon gezeten. Ik was helemaal vergeten hoe fantastisch het is. Nu ik uren ga maken voor Radio Tour de France, hoop ik het nog beter onder de knie te krijgen. Maar om nou alleen radio te doen… Ik vind juist die afwisseling met televisie erg leuk.”
Er wordt elke winter weer gesuggereerd dat je de toekomstige opvolger bent van Mart Smeets bij het schaatsen. Ben je dat?
“Nee, althans… Niet dat ik weet. En volgens mij kan het niet eens. Buiten het feit dat Mart veel meer ervaring heeft, zie ik mezelf ook helemaal niet als een anchor. Dat ben ik niet, dat zit niet in mij.”
Wat bescheiden.
“Dat ben ik ook. Het is geen valse bescheidenheid. Ik heb dat wat Mart heeft gewoon niet. Op de beslissende speeldag van het Eredivisievoetbal van afgelopen seizoen, stonden Joep (Schreuder, verslaggever – red.) en ik in een stadion en zat Mart als een echte anchorman in de studio. Hij maakte er zo’n spannende show van dat je thuis dacht: ik kan niet naar de wc, want hier gebeurt van alles. Dat vind ik geweldig, maar ik weet niet of ik dat zo in mij heb. Ik moet durven mezelf te laten zien en dat vind ik nog weleens moeilijk.”
Wat bedoel je met ‘durven jezelf te laten zien’?
“Ik durf niet iets te zeggen wat er op dat moment niet zo toe doet, maar de presentatie bijvoorbeeld wel spannend of grappig maakt. Ik denk nog te vaak: laten we dat maar niet zeggen, misschien sla ik de plank wel volledig mis. Ik heb minder lef. Mart wel, net als Jack.”
Ze knikt richting collega Jack van Gelder, die verderop op zijn volgende interviewer wacht. Als hij zijn naam hoort, draait hij zich om.
“Waarom durf jij dat wel?” vraagt ze hem.
“Tja, zo ben ik gewoon”, antwoordt hij schouderophalend. “Ik denk er niet over na. Als je er over na gaat denken, ben je eigenlijk al te laat.”
De Graaff: “Jij bent, bij welke uitzending dan ook, totaal ontspannen. Mart ook. Wat hij heel goed kan en waar ik vol bewondering naar kijk – dat heeft ook met ontspanning te maken – is de
manier waarop hij vertelt. Als er iets gebeurt op de ijsbaan moet je als presentator praten, praten, praten, totdat je weet wat er aan de hand is. Ondertussen worden er allerlei beelden ingestart en moet je gaan vertellen. Gewoon vertellen. En Mart kan als geen ander vertellen. Ik denk daar nog te veel bij na. Ik heb het weleens geoefend: thuis, met de tv aan en het geluid uit, maar op een gegeven moment schiet ik dan in de lach. Uiteindelijk zal ik het gewoon moeten dóen. Na vijftien jaar heb ik nog steeds weleens dat gevoel van: oh, als het maar goed gaat. Daarom houd ik me voor de zekerheid maar aan m’n tekst.” Ze vervolgt: “Terwijl ik ook best grappig ben, toch Jack?” Haar collega lacht al voordat hij grapt: “Het zijn haar woorden.”
NCRV-gids editie 27, 3 juli t/m 9 juli 2010