Acteur Jacob Derwig speelt de hoofdrol in In therapie

Tekst: Pauline Bronkhorst

Zevenhondervijftig bladzijden tekst leren en tientallen afleveringen van de Soprano’s kijken. Zo bereidde Jacob Derwig (41) zich voor op zijn rol als therapeut Paul in In therapie, de nieuwe dramaserie van de NCRV.

“Ken je die terugkomende scènes tussen Tony Soprano en zijn vrouwelijke psychiater, dokter Melfi?” vraagt hij gelijk aan het begin van het interview. “Dat waren de beste van de hele serie. Wat er door die hoofden heen gaat, is fantastisch spannend. Het is bijna iconisch voor dramaseries. Misschien is hierdoor wel gebleken hoe spannend het kan zijn om naar een therapeutische sessie te kijken.” Want dat is precies wat we in In therapie te zien krijgen. Elke werkdag een aflevering, vier keer een half uur durende sessie tussen Paul en een van zijn patiënten; op vrijdag gaat hij met zijn eigen vrouw in therapie.

Een serie als deze staat of valt met de acteerprestaties.
“Inderdaad. Het komt heel erg aan op goede chemie met je tegenspeler, goed luisteren en een lange boog kunnen maken. We namen geen stukjes van tien of vijftien seconden achter elkaar op, maar van twaalf minuten. Door mijn toneelachtergrond vind ik dat alleen maar leuk en ik ben er volgens mij ook wel goed in.”

Je vrouw in de serie wordt gespeeld door je eigen vrouw, Kim van Kooten. Hebben jullie vaker samengespeeld?
“We hebben elkaar negen jaar geleden ontmoet op een set, maar daarna nooit meer samengespeeld. We zijn wel vaker samen gevraagd, maar we vonden dat we ons gezamenlijk debuut moesten bewaren tot iets wat écht de moeite waard was. En dat is In therapie. We konden er onze tanden in zetten. Toen we het script lazen, wisten we allebei: dit moeten we doen.”

Is het voor herhaling vatbaar?
“Graag! Wat is er nou leuker dan samenspelen met het mens dat jou gelukkig maakt? Maar dan moet het wel wat vrolijkers zijn. We moesten voor In therapie namelijk vooral heel hard ruziemaken. Als we thuis onze teksten aan het leren waren, moesten we de kinderen keer op keer uitleggen dat het niet echt was. We oefenden dus meestal als ze al op bed lagen, maar dan nog siste Kim regelmatig: ssst, niet zo hard!”

De vraag die in de serie centraal staat is: is het leven echt beter als het wordt geanalyseerd?
“Dat is inderdaad de vraag die Pauls therapeut hardop stelt, omdat dát de vraag is waarmee Paul zelf worstelt. Ik vind dat een heel mooie, bijna filosofische laag, maar dan maak ik het een beetje te zwaar. Als kijker voel je wat een gesprek met iemand kan doen, wat het voor iemand kan betekenen, en zie je hoe therapie iemand domweg gelukkig kan maken. Kán maken, hè. Dus niet altijd. Maar het kan. Daar geloof ik heilig in.”

Want...?
“Ik ben zelf in therapie geweest. Maar een paar sessies hoor. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik drie jaar was. Dat is iets wat invloed heeft op een mensenleven, zeker op een kind. Als je dat geen plek geeft, kan dat blijven zeuren en je leven bemoeilijken. Ik heb bijvoorbeeld als kind al besloten: ik ga later niet scheiden. Maar dat zet je wel op een bepaald spoor in je leven. Dan houd je bijvoorbeeld langer vast aan een relatie, ook als dat helemaal niet goed is.”

En, hebben die sessies geholpen?
“Ja! Een therapeut is er namelijk alleen voor jou. Hij neemt alles wat je zegt serieus en staat sowieso aan jouw kant. Een goede therapeut kan een of twee zinnen zeggen waar je de rest van je leven iets aan hebt.”

Heb jij zo’n zin?
“Nou… Ik was verdrietig, maar erkende dat niet. Die therapeut deed dat wél. Hij zei: dat is verdrietig. Een simpel zinnetje dat mij erg geholpen heeft.”

In een interview zei je dat je vroeger bang was dat je nergens in zou uitblinken. Nu ben je een succesvol acteur en zit je agenda tot 2012 vol.
“Ja, wie had dat gedacht? Ik voel me bevoorrecht. Er zijn ook acteurs die maar vier maanden per jaar werk hebben. Maar je moet het wel iedere keer weer waarmaken. Het is geen vak waarin je op je lauweren kunt rusten. Als ik deze rol verpruts, staat het wel in de krant.”

Twijfel je nog wel eens aan jezelf?
“Ja, bij elke rol, maar dat is gezond. Dat komt waarschijnlijk doordat er, op het moment dat ik aan een rol begin, nog niets is. Er staat een personage op papier, maar ík moet het dan nog wel doen. Nu denk ik bijvoorbeeld: mensen moeten nu dertig dagen naar mijn hoofd kijken. Misschien denken ze na twee afleveringen: daar ga ik niet meer naar kijken. Dat zou toch kunnen?”

Net klonk je veel zelfverzekerder.
“Ja, maar ik weet gelukkig ook wel dat ik iets kan. Dat mag ook wel na twintig jaar.”

Hoe was dat twintig jaar geleden?
“Toen ik van de toneelschool kwam, wilde ik alles: erkenning, mooie rollen. Mijn ambitie was torenhoog. Maar als de erkenning een feit is - dat was toen ik Hamlet speelde in 1998 - hoef je niet meer ergens naar te streven. Je moet er alleen nog maar voor zorgen dat je het goed blíjft doen. Daardoor ben ik wel wat meer ontspannen geworden. Dat streberige is eraf; de gezonde ambitie en ontwikkelingslust zijn gebleven.”

B I O G R A F I E

Naam: Jacob Derwig
Geboren: 15 juli 1969, Den Haag
Opleiding: theaterwetenschappen in Utrecht, toneelschool in Arnhem.
Privé: woont met zijn vrouw, actrice Kim van Kooten, zoon Roman (6) en dochter Kee (2) in Amsterdam.

Carrière: Was een van de oprichters van het toneelgezelschap ’t Barre land en speelde ook bij De trust. Is sinds vijf jaar verbonden aan Toneelgroep Amsterdam. Speelde onder meer in de bekroonde voorstelling Hamlet. Op het witte doek o.a. De jurk, Lek, Zus & zo; op televisie in Bij ons in de Jordaan.

Prijzen: Gouden kalf als beste acteur: Zus & zo (2003). Arlechinno (theaterprijs voor beste mannelijke bijrol): Opening night. (2006). Kreeg in 2008 de Paul Steenbergen-penning van Pierre Bokma.

NCRV-gids editie 31, 31 juli t/m 6 augustus 2010