Miekes leesclub

Deze week: Het lam

Jannie Regnerus

Als kleuter Joris bloed plast, blijkt hij kanker te hebben. Een slopende reeks chemokuren volgt.

Het lam »

Boekentips

De volmacht

De volmacht Audrey Magee

Duitse soldaat Peter Faber en de Berlijnse Katherina Spinell trouwen met de handschoen, want ze hebben elkaar nooit eerder ontmoet.

De volmacht »

Ringo

Ringo Juan Marsé

Een jongen die zichzelf Ringo noemt, vertelt hoe hij in een republikeinse familie opgroeide tijdens de naoorlogse jaren in Barcelona.

Ringo »

De blauwe nacht

De blauwe nacht Jan Siebelink

Het is begin jaren zestig in Parijs, de tijd van de OAS, de rechts-extremistische terreurorganisatie die met bomaanslagen strijd voert tegen de…

De blauwe nacht »

Recensie Mieke van der Weij

Het lam is een toepasselijke titel in deze paasweek, een onschuldig slachtoffer immers. Dat slaat ook op kleuter Joris in dit boek. Het begint ermee dat hij met zijn moeder Clarissa, een dood lammetje ziet liggen, aan het eind van een markt in Tunis. ‘Het dier lag ergens in een hoek, op een altaar van bij elkaar geveegd stof en repen karton, bestrooid met mandarijnenschillen en vergeelde koolbladeren.’ Joris is nieuwsgierig. Als een lam stierf, kon hij dan zelf ook doodgaan? Die vraag overvalt de moeder, die denkt dat ze nog alle tijd heeft om daar een troostrijk antwoord op te hebben. Niet dus.. vlak na Pasen (!) plast Joris bloed, en Clarissa wijt het maar al te graag aan het eten van bietjes of een blaasontsteking. Tot Joris ‘het vermiljoenrood van de Vlaamse primitieven’ plast.

Het blijkt een tumor in zijn nieren. Jannie Regnerus beschrijft de paniek van Clarissa krachtig en hartverscheurend, maar ze wordt nergens larmoyant. Over die onheilstijding: ‘hier hebben ze in de voorgaande jaren als zorgeloze sukkels naartoe gedanst, wat een overmoed.’ Dat is een enorme prestatie, een boek over een moeder met een doodziek kind op een niet larmoyante manier schrijven. De beeldende, fijngevoelige en geestige (ja, dat kan dus in zo’n boek) stijl doet het hem.

Joris moet een hele reeks chemokuren ondergaan -‘dat is waar de gifbeker de omvang van een emmer krijgt’- en contact met alles wat zijn lichaam aan materie afscheidt moet vermeden worden. ‘Aan Clarissa dringt zich de gedachte op dat Joris straks zo toxisch is dat hij in het holst van de nacht groen opgloeit als een vuurvliegje, aan en uit.’

De moeder is zich extreem bewust van alles wat er in zijn lichaampje gebeurt, en ziet in alles woekeringen: de vleeskleurige kastanjeknoppen die zwellen aan de takken doen haar denken aan honderden tumoren, ‘elke dag een beetje groter en dodelijker’. Ook de kikkerdril die Joris uit de sloot vist ‘staat te woekeren in een weckpot op tafel. Daarnaast ligt een loep waarmee de celdelingen achter glas aandachtig worden gevolgd.’

Zelfs uitwaaien aan de kust helpt niet. Ze ziet alleen maar treurige mannen in auto’s zitten. ‘Verspreid over de hele lengte van de boulevard staat blik gevuld met pijn. Deze parkeerstrook is een mentale wasstraat, denkt Clarissa’. Ook het uitstapje naar de dierentuin, gratis voor doodzieke kinderen, (wie niet ziek genoeg is komt er niet in) is geen succes. ‘Een carnavaleske optocht van kale kinderen.’ Gruwelijk natuurlijk, maar Clarissa kan het ‘Fellinigehalte’ ervan inzien, en zo wordt het toch behapbaar.

Jannie Regnerus is ook beeldend kunstenaar, dat verklaart haar enorme beeldenrijkdom wellicht. Ze schreef ook een verslag van haar verblijf in Japan en won daarmee de ‘Bob den Uyl prijs. ‘Het geluid van vallende sneeuw’. Ik wil dat ook lezen!
Kortom een geweldig boek, het is lang geleden dat ik zo’n goede Nederlandse roman las. Ik las ergens dat het verhaal voortkomt uit eigen ervaring van Jannie Regnerus… dat verbaast me niks, maar het doet er ook eigenlijk weinig toe.

 

Lees recensie »