Tim Krabbé, schrijver van het Boekenweekgeschenk
Anouk Horsthuis
We hebben afgesproken in de Vlindertuin in Artis. Uiteraard vanwege de titel van het door hem geschreven Boekenweekgeschenk van 2009, Een tafel vol vlinders, maar op deze koude februarimorgen toevallig óók de perfecte locatie om weer op temperatuur te komen.
Samen glibberen we - Tim Krabbé in een lange zwarte jas met rode shawl, zijn rechteroor naar de verslaggever gewend omdat het linkeroor sinds een jaar of tien hapert - over licht besneeuwde wandelpaden naar het vlinderverblijf achteraan op het terrein.
Langs de in deze tijd van het jaar passend vaalroze flamingo’s en het giraffenverblijf, waar hij eens werd gefotografeerd vanwege zijn voorlaatste boek, Marte Jacobs, waarin een pasgeboren girafje de show steelt in een gedicht van de hoofdpersoon. Ja, dat thema van de Boekenweek, dat past tóch wel bij hem.
Toen bekend werd dat u het Boeken-weekgeschenk zou schrijven, zei u in NRC Handelsblad dat u verwachtte dat het geschenk u ‘wel zou liggen’. Denkt u daar nog steeds zo over?
“Ik heb een verhaal van de bestelde lengte geschreven en heb het op tijd ingeleverd. En als ik iets inlever, betekent dat dat ik er tevreden over ben. Of in ieder geval het idee heb dat ik het verhaal niet beter had kunnen uitwerken. Maar op dit moment kan ik nog niet overzien hóe goed het is geworden.”
Kent u die twijfel van uw andere boeken?
“Ik weet op het moment van inleveren nooit of een boek gewoon goed of heel goed is geworden. Een boek dat ik inlever, is in mijn eigen visie altijd ten minste een zevenenhalf. Pas later merk ik aan de reacties van anderen of het beter is geworden dan dat. Dat is tegelijk het moeilijke. Als het publiek zich erover heeft uitgesproken, heb je geen onbeïnvloed beeld meer van je eigen werk.”
Maakt dat onzeker, in de periode tussen het uitbrengen van een boek en de reacties van lezers?
“Het houdt me meestal niet zo bezig. Omdat een goed gelukt boek uiteindelijk ook maar het resultaat is van een moment van toeval in het scheppingsproces. Het wordt zelden toegegeven, maar het is wél hoe het werkt: als je begint met het uitwerken van een plan, kun je nog niet overzien wat de potentie van dat plan is. Sommige plannen leiden achteraf tot minder mooie dingen dan andere.”
In hoeverre is het schrijven van een Boekenweekgeschenk anders dan het schrijven van een boek waartoe u zelf het initiatief hebt genomen? Een verhaal waarvan u zélf vindt dat het verteld moet worden?
“Dit Boekenweekgeschenk ís een verhaal waarvan ik zelf vond dat het verteld moest worden. In die zin verschilt het niet van de andere boeken die ik heb geschreven. Net zoals de dwang die achter een Boekenweekgeschenk zit eigenlijk geen verschil maakt. Alle grote kunst komt immers voort uit dwang."
"Dwang om brood op de plank te krijgen, zo simpel is het. Het enige dat dit boek anders maakt, is de eis die aan de lengte wordt gesteld. En de hardheid van de deadline. Ik had immers moeilijk eind vorig jaar kunnen zeggen: ‘Sorry, ik denk dat ik er nog een jaar voor nodig heb.’ Voor grote problemen heeft dat me evengoed niet gesteld. Negen maanden om een dun boek te schrijven, dat moet kunnen.”
Terwijl het verhaal nog verzonnen moest worden? Moet zoiets niet eerst maandenlang rijpen?
“Het bedenken van een verhaal is nog het makkelijkste gedeelte van het hele schrijfproces. Je fantaseert gewoon aan de hand van een paar ingrediënten verder…”
En waar komen die ingrediënten dan vandaan?
“Uit m’n aantekeningen. Sinds ik mezelf schrijver vind, maak ik notities. Die kijk ik door en dan kies ik er een. Eén kiem, uit honderden kiemen waarvan er nog maar een paar zijn uitgewerkt tot een boek.”
En die kiest u hóe?
“Ik ben ooit heel erg onder de indruk geraakt van iets wat Scott Fitzgerald schreef in zijn onvoltooide roman The last tycoon. Daarin geeft een filmproducent zijn filosofie over wat mensen met talent onderscheidt van de middelmaat. Hij voert daartoe een berg ten tonele, waaroverheen een weg moet worden aangelegd."
"Er zijn vele trajecten mogelijk, maar de écht goede ingenieur laat zich daardoor niet afleiden. Hij kiest er simpelweg een en houdt vast aan die beslissing. Dat is waar het wat mij betreft ook bij het schrijven van een boek om gaat: het durven nemen van een beslissing en daar vervolgens aan vast-houden."
Een tafel vol vlinders gaat over een vader en een zoon…
“Ik wil eigenlijk nooit zeggen waarover mijn boeken gaan. Want zodra de schrijver dat zegt, is dat een aanwijzing voor de lezer: zó moet dit verhaal worden gelezen. Ik vind dat lezers vrij moeten zijn om een boek op welke manier dan ook te lezen en er zélf iets van te vinden.”
Toch zijn uw boeken behoorlijk strak gecomponeerd.
“Ik vertel een verhaal nooit losjes van A tot Z. Sinds mijn debuut heb ik mijn verhalen altijd sterk geconstrueerd, for better or for worse. Niet dat ik dat van tevoren zo bedenk. Het dringt zich aan me op. Het vertellen neemt op de een of andere manier vrijwel altijd een gecompliceerde vorm aan. Waarschijnlijk omdat ik dat leuk vind. Want in wezen schrijf ik, zoals iedere behoorlijke schrijver, natuurlijk voor mezelf.”
En voor het brood op de plank…
“Zelfs dat is bijzaak. Het schrijven komt voor mij echt op de eerste plaats. Ik denk dat ik, ook als ik nooit een boek zou hebben verkocht, altijd wel zou zijn blijven schrijven.”
En als u met uw andere liefdes, schaken en wielrennen, uw brood had kunnen verdienen?
“Ook dan. Want dat ik naast schrijver ook schaker en wielrenner ben, is gezichtsbedrog. Ik ben die twee dingen alleen maar omdát ik erover geschreven heb. Wielrenner en schaker ben ik bij de gratie van mijn schrijverschap."
"Het zijn alle drie denksporten. Ja, wielrennen ook. Alleen moet je bij het wielrennen ook nog fysiek in staat zijn om te doen wat je weet wat je moet doen. Of wat je denkt wat je moet doen. Dat ik drie heel verschillende dingen leuk vind, heeft me veel gebracht."
"Maar het heeft ook gemaakt dat ik de afgelopen veertig jaar veel te weinig heb geschreven. En als ik ergens spijt van heb, is het dat. Het schaken en wielrennen staan voor mij op een lager plan dan mijn schrijverschap."
"Maar er is in de loop der jaren wel ontzettend veel tijd in gaan zitten. Nu weer, trouwens. Sinds een jaar of vier ben ik weer aan het wielrennen en dat kost me toch ook weer een halve week trainen. En al die tijd gaat ten koste van het schrijven."
"Maar natuurlijk brengt het ook wat, anders zou ik het niet doen. Ik ben sinds ik weer fiets dertig kilo afgevallen. En ik ben voortdurend onder collega-coureurs die allemaal net als ik geen ouwe mannetjes zijn. Die allemaal zijn blijven hangen aan iets wat eigenlijk bij je jongensjaren hoort. En niet bij de pensioengerechtigde leeftijd van 65. Verbijsterend, dat ik het wel bén.”
B i o g r a f i e
Naam: Hans Maarten Timotheus Krabbé
Geboren: 13 april 1943 in Amsterdam
Woont: in Amsterdam
Was getrouwd met: actrice Liz Snoijink
Vader van: zoon Esra (1987)
Boeken: o.a. De renner, Het gouden ei, De grot, Kathy’s dochter en Marte Jacobs
Opleiding: hbs-b aan het Spinoza Lyceum in Amsterdam; enkele jaren psychologie aan de Universiteit van Amsterdam
Schaken: behoorde tussen 1967 en 1972 tot de twintig beste schakers van Nederland. Schreef diverse boeken over schaken, waaronder Chess curiosities. Ook houdt hij een Engelstalige schaaksite bij.
NCRV-gids editie 10, 7-13 maart 2009.