Renate Dorrestein - Schrijfster Renate Dorrestein
Mieke van der Weij
Bij Renate Dorrestein thuis in haar ruime huis in Aerdenhout. Ze houdt van tuinieren en dat is te zien aan de weelderige tuin, waar de roodborstjes af en aan vliegen. We drinken thee en ik eet paaseitjes. Renate rookt shagjes. Er heerst een weldadige rust. We praten over lezers natuurlijk!
“Ik ben me er de laatste jaren zo van bewust dat ik zulke aardige trouwe lezers heb. Mensen die zeggen: ‘U bent er eigenlijk m’n hele leven al geweest’, die van meet af aan met je hebben meegelezen. Daar ben ik zo van doordrongen geraakt en dat maakt het heel bijzonder. Ik voel me dan ontzettend bevoorrecht."
"Ze bedanken voor al het leesplezier. Veel lezers hebben een favoriet boek, gelinkt aan omstandigheden uit hun eigen leven, en de manier waarop ze daar over vertellen... die is zo hartverwarmend. Vaak vragen ze hoe het nu is met de personages.”
En wat zeg je dan, die bestaan niet?
“Dat deed ik vroeger, maar dat heb ik wel afgeleerd, want dan waren ze toch teleurgesteld, en ik geloof ook eigenlijk dat dat niet waar is, natuurlijk bestaan ze, de lezer heeft ze tot leven gewekt door ze in z’n hart te sluiten.”
Het is ook gemeen, als je het boek uit hebt, is het personage weg. Dan heeft de schrijver z’n best gedaan om je wegwijs te maken in zo’n leven en dan word je opeens bruut met de laatste bladzij geconfronteerd...
“Ik ben gaan geloven dat ze waarschijnlijk in een fictief parallel universum nog gewoon hun dingetjes doen.”
Nooit de neiging gehad om een personage weer op te pakken?
“Helemaal nooit, want dat boek dat je schrijft is net een taartpunt uit zo’n leven, waarin alles op haren en snaren staat. Daarna wordt het net zo saai als bij jou en mij. Dan geloof ik het verder weer wel.”
Toch heb je bij dit nieuwe boek, is er hoop, wel een personage uit een vorig boek gebruikt...
“Ja... maar ik wil niet dat de indruk ontstaat dat het een vervólg is, dat is mijn grootste zorg. Maar ik had haar nodig als link naar die andere wereld.”
In dat boek, Zolang er leven is, wordt een baby gestolen. Heb je wel altijd gedacht: wie heeft dat gedaan?
‘Nee, maar ik heb mijn lezers er gék mee gemaakt. Toen die baby plotseling weer terug was gelegd op de plaats waar ze was verdwenen, was ik zelf helemaal niet geïnteresseerd in wat er was gebeurd, omdat ik bezig was met het schrijven over die voortdurende staat van onzekerheid."
"En ik dacht, het is fijn voor die lui dat het kindje weer terecht is, maar hun onzekerheid komt niet ten einde want er is nooit een dader gevonden en ze hebben nog vier kleine kinderen en er loopt een kinderrover rond die het op hun gezin heeft gemunt."
"En ik wilde dát exploreren en kijken hoe ze uit de rails zouden vliegen... Maar dat heb ik geweten, want tot op de dag van vandaag krijg ik boze mailtjes. Mensen die zeggen: ik heb drie nachten opgezeten met dat boek en ik weet nóg niet wat er met die baby is gebeurd.”
Wat een agressieve lezers!
“Ja, lezers bemoeien zich overal tegenaan! En ja, opeens, ik zat in de auto, kwam van Terschelling terug, ik was in slaap gevallen, ik word wakker en ik zeg tegen Maarten (haar vriend - MvdW): ‘Ik weet wat er met baby Babette is gebeurd’, en toen kwam opeens het hele verhaal mijn hoofd indrijven."
"Blijkbaar hebben de lezers mij onbewust toch ernstig zitten opjutten. Daar heb ik wat lacherig overheen geleefd, maar blijkbaar vind ik het toch niet erg netjes voor de klantenbinding om ze helemaal voor altijd op dit gebied met onzekerheden te laten zitten.”
En toen ging het verhaal opeens...
“Ja, het was er gewoon. Maar dat is altijd zo, dan komt er opeens, rrrang! zo’n hele wereld, zo’n heel setje, mijn hoofd binnen.”
En was het meteen duidelijk dat het gebeurd moest zijn door iemand die niet helemaal honderd procent is.
“Zolang er leven is was geïnspireerd door zo’n klein krantenberichtje, dat een baby op klaarlichte dag was gestolen en aanvankelijk dacht ik dat ik dat wilde schrijven vanuit het perspectief van de daders, maar al heel gauw dacht ik, ja, wie doet dat nou. Dat zijn natuurlijk toch warhoofden, dat zijn zielepieten.”
En je dacht: ik weet niet hoe ik me moet verplaatsen in een warhoofd?
“Ik dacht: het is gewoon niet interessant, een warhoofd. Het is veel interessanter om te kijken wat het doet in zo’n gezin. Maar goed, daar ben ik dus helemaal van teruggekomen.
Want het is wel interessant!
“Het is heel interessant zelfs.”
Hoe heb je je erin verdiept, in iemand met een verstandelijke handicap?
“Niet diepgravend, ik denk dan, ik kan het me wel voorstellen, je zit gewoon op een ander, bruter bestaansniveau als je allerlei verstandelijke faciliteiten ontbeert. Nou ja, ik kan me daar wel in verplaatsen.”
Blij met het boek?
“Ik heb zo’n leuke tijd gehad met de hoofdpersonen. Ik had heel gauw mijn hart aan ze verpand. Het gaat in romans altijd maar over mannen van middelbare leeftijd met hun problemen hem overeind te krijgen. Dat ben ik zo zat... Ik vind het leuk om personages te laten zien die we niet in elk boek tegenkomen.”
Ander thema dat terugkeert is het falende ouderschap...
“Ja, dat blijft natuurlijk een goudmijn.”
Wat lees jezelf op dit moment?
“Steig Larsson, De vrouw die met vuur speelde. Een wereldsucces. Drie dikke pillen. Ik kan ze warm aanbevelen. Het is slecht en krukkig geschreven maar de verhalen zijn zo meeslepend, en de personages zijn zo goed.”
Ik vind het wel een lankmoedige houding voor een schrijfster.
“Ja, maar bij mij gaat het toch altijd om het verhaal, niet hoe het is geschreven.”
Bij jezelf ook niet?
“Nou, stijl is niet iets waar ik voortdurend bij stil sta, nee. Ik was op een middelbare school tijdens de Boekenweek en toen zei zo’n veelgeplaagde scholier: ’En als het dan af is, dan doet u er zeker nog stijl en thema in’. Ha, ha, ha. Al die dingen waar ze mee worden getergd de hele dag door die leraren Nederlands... zo’n schattige opmerking.”
Dan heb je medelijden met ze?
“Ja, ik krijg echt tientallen mailtjes per week van scholieren die tobben met hun werkstukken, en als ik zie wat die leraren van ze vragen... Negen van de tien keer kan ik de vragen die ze krijgen over mijn boeken zelf niet beantwoorden."
"Dan denk ik: het moet toch ook gaan om leesplezier. Dan wordt er gevraagd naar symboliek en dan denk ik: dat weet ik ook niet hoor. Ik denk wel dat het absoluut waar is dat, naarmate je meer van iets weet... dan beleef je er ook meer aan..."
"Als je de namen van de plantjes kent, is een boswandeling al leuker, maar het stemt mij wel droevig dat er blijkbaar zo weinig wordt gekeken naar het leesplezier en de grote lijn van zo’n verhaal.”
Ik vind het wel bewonderenswaardig dat je bereid bent om al die mailtjes van die jongelui te beantwoorden.
“Ik ontvang ze hier ook vaak. Dan durven ze zomaar te vragen of ze hier mogen komen om een interview te maken, en dan zeg ik altijd ja. De meeste lezers zijn vrouwen van boven de 50, en die kinderen geven mij weer een frisse blik op mijn eigen werk. Die vinden daar totaal andere dingen aan.”
Nu het boek af is, neem je even rust ?
“Ik ben al weer bezig. Zodra een boek klaar is, is er weer ruimte in mijn hoofd voor iets nieuws.”
Gaat dat altijd door?
Ik hoop het. (klopt op de tafel) Het zou heel erg zijn als het niet gebeurde. Ik kan gewoon niks leukers verzinnen.”
B i o g r a f i e
Naam: Renate Maria Dorrestein
Geboren: 25 januari 1954, Amsterdam
Opleiding: gymnasium
Carrière: Begon op haar achttiende als verslaggeefster bij het weekblad Panorama en reisde daarvoor de hele wereld af. Werkte daarna onder andere voor Opzij, Viva en De Tijd. In 1983 werd haar succesvolle debuutroman Buitenstaanders gepubliceerd. Sindsdien schreef ze nog meer dan twintig boeken,waarvan de helft ook in het buitenland is verschenen. Ze heeft verschillende prijzen in ontvangst mogen nemen, waaronder de Annie Romein Prijs voor haar hele oeuvre.
NCRV-gids editie 16, 18 t/m 24 april 2009.