Karen Armstrong - Karen Armstrong over mededogen
Bert van der Kruk
Ze bezocht in een maand vijftien Amerikaanse steden, vloog terug naar haar huis in Londen en meldde zich meteen daarna in Nederland. Karen Armstrong (64) reist wat af. “Leven uit een koffer is niet prettig”, zegt ze in de bibliotheek van haar Amsterdamse hotel. “Het is redelijk uitputtend en ik ben ook zo jong niet meer. Maar het hoort erbij.”
Ze pendelt met name heen en weer tussen de Verenigde Staten en de moslimwereld: Pakistan, Maleisië, Egypte. In haar eigen land, Groot-Brittannië, is de interesse voor religie nihil, constateert ze nuchter. “Zelfs mijn beste vrienden vragen me niet over godsdienst te praten als ik kom dineren. Geen belangstelling. Ze vinden het passé, finished.”
In Nederland is Armstrongs populariteit een stuk groter. “Jullie zijn intellectueler, meer geïnteresseerd in ideeën dan de Britten.” Boeken als Een geschiedenis van God en het meer persoonlijke De wenteltrap deden het hier goed, evenals haar studies over islam en fundamentalisme. Ook Armstrongs nieuwe boek ligt weer in grote stapels in de winkel.
Maar of al die kopers van De kwestie God de vijfhonderd pagina’s stevige kost ook werkelijk doorploegen, is maar de vraag. Armstrong beseft dat. “Ja, ik vraag veel van mijn lezers. Maar religie is niet makkelijk. Het is een grote dwaling van deze moderne tijd om te denken dat God ogenblikkelijk toegankelijk is."
"We zijn zo gewend om informatie te krijgen met een druk op de muisknop: google God en je krijgt honderden websites. Maar religieuze kennis is andere kennis. In de moslimwereld hoef ik dat niet uit te leggen. Hier wel.”
GRENZEN VAN KENNIS
"Het is misgegaan in de zeventiende eeuw, zegt ze. Met Newton en de opkomst van de moderne natuurwetenschappen is het Westen zijn gevoel voor mythe en symboliek kwijtgeraakt. “Door de moderne wetenschap hebben we de kunst verloren om de oude verhalen te interpreteren waarin goden op aarde rondliepen, de doden uit hun graven opstonden en zeeën op een wonderbaarlijke wijze spleten.”
Westerse gelovigen hebben zich daar sindsdien letterlijke voorstellingen van gemaakt. “De oude kerkvaders en Thomas van Aquino zouden zich bij die gedachte in hun graf omkeren”, zegt ze met zichtbare afschuw. “Ik weet zeker dat zij onze manier van religieus denken uitermate primitief zouden vinden."
"Kinderlijk. Zij wisten dat we over God heel weinig weten. Ze stonden in een lange traditie van het erkennen van grenzen van onze kennis, van stilte, terughoudendheid en ontzag.” Godsdienst is volgens Armstrong vanaf de zeventiende eeuw vooral een intellectuele aangelegenheid geworden: het kritiekloos aanvaarden van geloofswaarheden.
“Maar religies gaan niet over geloof, ze gaan over gedrag. Je moet er iets mee doen. In alle wereldgodsdiensten wordt werkelijke spiritualiteit uitgedrukt in een consistent in praktijk gebracht mededogen, het vermogen om met de ander mee te voelen.”
NIEUWE ATHEÏSTEN
De moderne kijk op religie heeft twee verschillende moderne fenomenen tot gevolg gehad: het fundamentalisme en het atheïsme. Armstrong windt zich over beide op. “Net als christelijke fundamentalisten nemen nieuwe atheïsten zoals Richard Dawkins de Bijbel volkomen letterlijk."
"Ze hebben een hele simplistische kijk op religie. Ze weten er niks van. Wat ze zeggen, is soms
gewoonweg idioot.” Armstrong stoort zich enorm aan de agressiviteit waarmee deze ‘bekerende’ atheïsten het debat voeren. Ze stellen de religie op haar allerslechtst voor en maken er vervolgens gehakt van.
Ze houden religie verantwoordelijk voor alle ellende in de wereld, zonder melding te maken van de zorg voor gerechtigheid en mededogen die de godsdiensten - ondanks hun tekorten - stuk voor stuk voorstaan.
“Dom en bovendien gevaarlijk”, zegt Armstrong. De geringschattende opmerkingen van de atheïsten zullen de fundamentalisten alleen maar meer in de kaart spelen, of het nou christelijke creationisten zijn of moslimextremisten.
In een tijd van onzekerheid en polarisatie op wereldwijd niveau - van financiële crisis tot dreigende milieurampen - is een andere manier van omgaan met elkaar hard nodig. Begripvoller, respectvoller.
GEERT WILDERS
Dat pleidooi wordt Armstrong niet altijd in dank afgenomen, zeker niet als het de islam betreft. In polemieken is ze meermalen medeverantwoordelijk gehouden voor de aanslagen van 11 september. De Nederlandse arabist Hans Jansen uit zijn kritiek fijnzinniger:
“Karen Armstrong is de ideale ideologe voor de politiek van de boel bij elkaar houden. Toch wringt er iets. Het is met het blote oog zichtbaar dat het Westen vijanden heeft. Soms voegen die ook het woord bij de daad. Maar ja, we moeten onze vijanden liefhebben en barmhartig voor ze zijn…”
Ook een populist als Geert Wilders zal haar ongetwijfeld naïviteit verwijten.Dat is dan maar zo, reageert Armstrong koeltjes. Op haar beurt vindt ze het ‘angstaanjagend’ dat de PVV-politicus de islam voortdurend afschildert als slechte godsdienst.
“Het maakt duidelijk dat we niks hebben geleerd van de Hitlerjaren, van de verschrikkingen van de nazikampen. Wilders is een soort fascist; het fascisme is niet dood.”Het idee om de Koran te verbieden, onderstreept volgens Armstrong vooral hoe groot de onwetendheid over dat heilige boek is."
"En hoe intolerant we kunnen zijn. Armstrong: “Die intolerantie is na al die jaren van jodenvervolging zo geworteld in de Europese samenleving, dat we onszelf er geen enkel teugje meer van kunnen veroorloven. We zijn net alcoholisten: we zullen zo weer verslaafd raken. Omdat het in ons zit.”
MEER MEDEDOGEN
Hoe anders is de toon van Charter for Compassion dat op 12 november wereldwijd gelanceerd werd. Een initiatief van Armstrong, dat inmiddels door allerlei religieuze leiders is overgenomen. Het korte document gaat uit van de gulden regel die volgens Armstrong in elke religie is te vinden: behandel de ander zoals je zelf behandeld wenst te worden.
Het is een oproep tot mededogen, zegt Armstrong, aan mensen onderling, maar ook aan naties. “Een oproep om aan het goede voor alle mensen te werken, met veel energie, altijd, dichtbij, ver weg. Om in het persoonlijke en publieke leven geen kwaad te spreken van elkaar, niet over je ex-vrouw, maar ook niet over een land waarmee we in oorlog zijn.”
Het klinkt misschien soft, maar het is volgens Armstrong keihard nodig. “Ik verwacht niet dat na 12 november de hele wereld elkaar in de armen valt. Het zal heel wat energie kosten. Maar zonder die inspanning voor meer mededogen ziet de toekomst van de wereld er heel somber uit. Ik zal me daar until my dying day voor inzetten.”
Tot die laatste dag van haar leven gaat Armstrong door met studeren, schrijven en heen en weer reizen tussen de Verenigde Staten, waar ze een heuse spirituele meester is, en de moslimwereld, waar ze als een verademing uit het Westen wordt beschouwd. Nog steeds single, nog altijd bezig met God, maar op een heel andere manier dan ooit in het benauwde klooster. “Ja”, geeft ze toe, “eigenlijk ben ik nog steeds een non.”
B i o g r a f i e
Naam: Karen Armstrong.
Geboren: 14 november 1944 in Wildmoor, Engeland.
Privé: single. Was vanaf 1962 non in een Engelse kloosterorde. Trad in 1969 uit.
Carrière: Studeerde en doceerde Engels. Publiceerde in 1981 haar eerste boek, over haar benauwde jaren in het klooster: Door de nauwe poort. Brak in 1993 door met Een geschiedenis van God. Schreef vervolgens een groot aantal boeken over godsdienst, waaronder De strijd om God, Islam en De grote transformatie.
NCRV-gids editie 46, 14 t/m 20 november 2009.