Schrijver Charles Lewinsky
Tekst: Ans van Strien
Hij oogt als een vitale zestiger. Pretogen boven een donker pak en dito schoenen. Charles Lewinsky heeft er zin in en verschijnt voortijdig op de afspraak. ‘Extreem gedisciplineerd’, noemt hij zichzelf. Hij is altijd ruimschoots op tijd, zegt hij, en ook bij het schrijven is er die discipline. Klokslag negen uur begint hij, en pas ’s avonds is hij vrij. Zeven dagen per week. Met aan het einde van elk hoofdstuk een dagje rust.
We praten over zijn roman De verborgen geschiedenis van Courtillon, in mei in Nederlandse vertaling verschenen. Voor Lewinsky is het schrijven van dit boek alweer negen jaar geleden. Maar het dorpsleven, dat hij hierin zo herkenbaar beschrijft, kent hij nog steeds van binnenuit. Elk voorjaar trekt hij naar ‘zijn’ dorp in Noordoost-Frankrijk.
Hebt u geput uit uw eigen dorpsbelevenissen?
“Het is natuurlijk geen biografie van míjn dorp. Maar na twintig jaar weet ik wel hoe een dorpsgemeenschap werkt. De mensen herkennen dat ook. Lezers vroegen: ‘Waar kent u mijn dorp van?’ En ik antwoordde: ‘Ik ken uw dorp helemaal niet.’ ‘Maar u schrijft erover’, zeiden ze dan. Mijn eigen integratie was een leerproces. Het eerste jaar zei ik ‘Bonjour’ en kreeg slechts een blik terug. Het tweede jaar groette ik dorpsbewoners bij hun naam, want die kende ik inmiddels. Het derde jaar begonnen ze terug te knikken. Ik besefte dat ik het anders moest aanpakken: ik legde een moestuin aan! ‘Hé, hij kweekt groente’, constateerden ze welwillend. ‘Hij wil vast blijven.’ Er ontstonden gesprekjes: ‘Buurman, hoe staan je tomaten erbij?’ Langzamerhand kwam ik erachter wiens dochter het moeilijk had op school of wie er last van zijn rug had. Ik werd ook nieuwsgierig. Als ik een vreemde auto zag, dacht ik: het is een doordeweekse dag, waarom is haar dochter op bezoek? In een dorp kun je geen geheimen bewaren.”
Is een dorp echt zo anders dan een stad?
“Ik geloof dat er meer verschil is tussen een stad en een dorp dan tussen een Frans en een Chinees dorp. De dorpscode is overal dezelfde: alles moet blijven zoals het altijd geweest is en mensen van buiten kun je niet vertrouwen. Ik had een buurvrouw van in de negentig. Toen de oudste dorpbewoonster overleed, zei iemand tegen haar: ‘Nu ben jij de oudste’. ‘O nee’, antwoordde ze, ‘van de familie zus-en-zo zijn er twee nog ouder’. De reactie was: ‘Maar die tellen niet mee. Die wonen hier pas sinds na de oorlog!’ Ik woon van het voorjaar tot de herfst op het platteland en concentreer me dan op het schrijven. Want buiten de tuin is daar niets; geen interviews, geen kranten, geen bezoek. De andere helft van het jaar woon ik in Zürich. Daar is veel afleiding; culturele evenementen, afspraken met vrienden. Van een stad kun je echt deel gaan uitmaken; in een dorp bereik je hoogstens de status van permanente gast.”
Het lot van de familie Meijer, het boek waarmee u bekend werd, en dit boek zijn heel verschillend. Wat omvang en thematiek betreft, bijvoorbeeld.
“Ja, niet alleen dat, zelfs de taal is anders. De Engelse auteur Nick Hornby zei ooit: ‘Je kunt als schrijver twee fouten maken. Fout nummer één: je schrijft twee keer hetzelfde boek, fout nummer twee: je schrijft telkens een compleet ander boek.’ Nou, die tweede fout maak ik dus. Maar ik zou anders erg verveeld raken.”
Wat beide boeken lijkt te verbinden, is het belang van ergens bijhoren, familie bijvoorbeeld. Bent u een familieman?
“Ja. Ik ben net grootvader geworden en sjouw bijvoorbeeld overal de foto’s van mijn kleindochter mee naartoe. Dus pas op, misschien kom ik er straks nog mee op de proppen. De Franse Gustave Flaubert zei ooit: ‘een schrijver moet een zo burgerlijk mogelijk leven leiden omdat hij dan al zijn avonturen voluit in zijn boeken beleeft.’ En daar leef ik naar. Ik ben al 40 jaar met dezelfde vrouw getrouwd.”
Over familie gesproken: heeft u de traditie van het verhalen vertellen meegekregen met uw joodse achtergrond?
“Het gevoel dat je verhalen moet vertellen, is een aangeboren ziekte. Dat is niet iets wat je aanleert. Ik hoor vaak van journalisten dat zij aan mijn werk zien dat de joodse vertelkunst in mijn bloed zit. En ze weten mij haarfijn te vertellen welke romans mij beïnvloed hebben. Dan denk ik telkens: die boeken zou ik toch ’s moeten lezen, want ik ken ze niet! Schrijverschap is niet erfelijk. Wat je misschien wel meekrijgt uit een famileitraditie is het belang van boeken. Als je opgroeit in een gezin zonder boeken, is het wellicht lastig om te ontdekken welke schoonheid er in boeken schuilt. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit niet las of schreef. Ik was 9 toen ik mijn eerste roman schreef. Of typte eigenlijk; op de schrijfmachine van mijn grootvader. Het werkje telde 2,5 bladzij en daarna wist ik niet meer hoe ik verder moest. Toen ervoer ik al dat er veel bij kwam kijken om een goed verhaal te construeren.”
Is er verder iets wat Het geheim van de familie Meijer verbindt met De verborgen geschiedenis van Courtillon?
“Wat ik in beide heb geprobeerd te onderzoeken, is de werking van het geheugen. We zijn overtuigd van onze herinneringen - als individu, als groep, als land - maar ze zijn nooit dé waarheid; het is geconstrueerde waarheid. In *Courtillon* bouwt de gemeenschap een collectieve herinnering op waar iedereen mee kan leven. Wie eraan twijfelt, ontmoet veel tegenstand. Zelfs als wij beseffen dat iets niet waar is, willen we niet dat anderen ons daarop wijzen. Dat fascineert me: hoe we gebeurtenissen in ons eigen voordeel ombuigen, hoe we een nieuwe werkelijkheid scheppen.”
Vreemd genoeg toonden de Zwitsers zich allerminst geschokt door Het lot van de familie Meijer, een boek over het getreiter van generaties joden in Zwitserland door de Zwitsers.
“Ja, zij zagen het meer als een verhaal over een onbekend stukje van hun land. Het ging weliswaar over landgenoten, maar niet over naaste buren of verwanten. Je hebt tenslotte overal goede en slechte mensen. Nee, echt kwaad op mij waren ze vijfentwintig jaar geleden. Toen schreef ik een boek (Hitler auf dem Rütli - red.) waarin ik me voorstelde hoe Zwitserland eruit zou hebben gezien als de Duitsers er binnengevallen waren en de oorlog hadden gewonnen. In de Alpen zou her en der een concentratiekamp liggen, er zouden collaborateurs zijn, enkele helden wellicht. Ik kreeg de grofste beledigingen naar mijn hoofd. Ik had namelijk de euvele moed gehad om het algemene beeld, dat zorgvuldig opgebouwd was, van een neutraal, uniek land in Europa aan te tasten. Hoe durfde ik? Zij waren anders, altijd al geweest! Wat ik zeg: wij zijn er heel goed in om net zo lang te schaven aan onze herinnering tot we er goed mee wegkomen.”
Heeft u een verklaring voor het immense succes van De familie Meijer in Nederland?
“Nee, eigenlijk niet. Ik had het er laatst met mijn vrouw over. We zaten op een Hollands terrasje en zij zei: ‘Die Nederlanders leven dicht bij de zee, daarom eten ze veel vis en daar worden ze intelligent van.’ (Lachend:) Dat is de beste verklaring die ik kan geven.”
Dagblad NRC vermoedt dat het iets te maken heeft met herkenbaarheid vanwege onze eigen worsteling met allochtone minderheden...
“Dat zou kunnen. Een land heeft altijd een groep mensen nodig aan wie zij negatieve dingen kan toeschrijven. Voorwaarde is altijd dat het een groep is die je goed kunt definiëren. Bij voorkeur met afwijkende uiterlijke kenmerken of een duidelijk accent. In Zwitserland waren dat aan het begin van de twintigste eeuw de joden. Daarna Italianen, toen mensen uit Sri Lanka en nu zijn dat de moslims. Je hoeft je niet in hen te verdiepen; ze zijn gewoon anders. Handig, want dan hoeven wij onszelf nooit af te vragen wat wij verkeerd hebben gedaan: de groep is de vijand. En als die eruit gewerkt is, zal het beter gaan.”
We kennen u als romanschrijver. Maar u schrijft bijvoorbeeld ook comedy voor televisie?
“Ik doe bijna alles wat met een toetsenbord maar mogelijk is. Van het schrijven van liedteksten tot toneelstukken, tot gedichten. Mijn favoriete genre is altijd waar ik op dat moment mee bezig ben. De laatste twee jaar heb ik drie toneelstukken geschreven, ik heb een krantencolumn. De sitcom Fascht e Familie voor de Zwitserse tv was een enorm succes. Onze kijkcijfers versloegen vier jaar geleden zelfs het aantal kijkers naar de finale van het WK voetbal! Maar na 200 afleveringen was ik er wel klaar mee. Ik deed het slapende, en ik wíl niet slapen tijdens mijn werk. Dus stopte ik. Iets moet niet te gemakkelijk gaan, er moeten telkens nieuwe problemen zijn om te overwinnen.”
U doet research in Westerbork. Is dat voor een nieuw boek?
“Voor een nieuw project. Dat zou een boek kunnen worden. Meestal verzamel ik van alles over een onderwerp dat mij interesseert. Maar het kan jaren duren voor het iets concreets wordt en de vorm ligt vaak langt tijd nog niet vast. Ik heb eens jarenlang met het idee voor een boek rondgelopen. Maar ik had niet helder hoe ik het verhaal moest vertellen. Het onderwerp had mijn interesse gewekt en bleef maar door mijn hoofd spelen. Op een dag zei een stem van binnen: stommeling! Het is geen roman, het moet een toneelstuk worden. Toen kon ik aan de slag.”
Is er nog iets wat u aan uw Nederlandse lezers kwijt wil?
“Uuuuh ja: mijn kleindochter is het mooiste kind van de hele wereld. Wil je de foto’s zien?”
Verborgen geschiedenis
Charles Lewinsky (1946) is een Zwitsers roman-, toneel- en filmschrijver. Hij brak, ook internationaal, door met Het lot van de familie Meijer (2007) over een joodse familie in de eerste helft van de vorige eeuw. De verborgen geschiedenis van Courtillon verscheen oorspronkelijk in 2000.
Courtillon is een slaperig dorpje in de Franse provincie. Het lijkt er vredig en de tijd is er stil blijven staan. Precies de goede plek voor de vreemdeling die er op zekere dag arriveert en die in stilte een ongelukkige liefde wil verwerken. Hij besluit te blijven. Hoe langer hij echter de schijnbaar intacte wereld van zijn buren gadeslaat, des te meer scheurtjes er zichtbaar worden...
Uitgeverij Signatuur 288 blz. € 19,95