Charles Groenhuijsen - De opwinding van een oorlog

barbara van gool

Neem een willekeurig NOS-Journaal van de afgelopen weken. Dikke kans dat Charles Groenhuijsen erin zat. Met de laatste stand van zaken rond de Amerikaanse opmars in Irak en analyses van de internationale verhoudingen. Het tijdsverschil met Nederland, de vele extra journaals en uitzendingen van de gezamenlijkheid wierpen bij de oplettende kijker de vraag op: wanneer slaapt die man? En net als rond 11 september 2001, en de bizarre verkiezingen van 2000, waren de steeds groter wordende wallen onder zijn ogen bij menigeen onderwerp van gesprek.

Charles Groenhuijsen (49) is sinds 1996 Amerika-correspondent voor de NOS in Washington. Van 1986 tot 1989 zat hij er ook al, in de tussentijd was hij in Nederland presentator van NOS-laat en het latere Nova. Groenhuijsen heeft net een dagboek gepubliceerd over de oorlog in Irak (Oorlog in Irak). We bellen hem op het NOS-kantoor in Washington en vragen of de rust een beetje is teruggekeerd. Groenhuijsen: "In ieder geval wel vergeleken met die eerste krankzinnige weken. Ik ben gewend om onregelmatig en hard te werken. Maar het is zelden het geval dat ik bijna 24 uur per dag werk. Dat was in die weken wel zo. Ik deed helemaal niks anders. Dat moet je fysiek aankunnen. Ik was meestal volstrekt kapot en wist dat ik vier uur later weer moest. Als ik mijn kussen zag, sliep ik. Verder hielden de M&M’s me op de been en ging het voor een groot deel op adrenaline. Het was zó opwindend wat er gebeurde."

"In de weken voorafgaand aan de oorlog was er die voortdurende spanning van: wat gaat er gebeuren. Achteraf weten we allemaal dat er geen chemische aanval is geweest, geen terroristische aanslagen in Amerika, dat er minder doden zijn gevallen dan had gekund. Maar het had allemaal heel verschrikkelijk kunnen zijn. Het is echt heel spannend geweest."

TERRORISMETRAINING
Groenhuijsen woont in Washington met zijn vrouw en drie kinderen van zeven, negen en elf jaar oud. Hoe is die spanning voor hen? "Mijn kinderen hebben om de haverklap terrorismetrainingen op school. Daar praten we thuis over. Ze zijn er redelijk relaxed onder, zien het als een soort uitje. Natuurlijk zijn mijn vrouw en ik alert. Maar het is niet zo dat wij leven met een permanente angst voor terrorisme. Dat lijkt op afstand misschien zo, maar na 11 september is hier op terrorismegebied niets meer gebeurd."

Hij formuleert snel en helder. Legt verbanden tussen Amerika en Nederland. "Ik heb veel nagedacht over de inzet van de oorlog, die veel groter is dan politici in Europa ons willen doen geloven. In Europa waren er voortdurend demonstraties tegen George Bush. Ik vind dat ontstellend kortzichtig. Los van wat je van Bush vindt, zijn er heel legitieme argumenten vóór deze oorlog. De oorlog ging tegen Saddam Hoessein en het regime van deze vreselijke man en biedt tevens een perspectief waar we uiteindelijk allemaal belang bij hebben. Er zijn in dat gebied twee soorten brandstof: olie en veel geld, dat vervolgens brandstof voor terrorisme is. Dat moet worden gestopt. Zo niet, dan bestaat het serieuze gevaar dat wij in het westen voortdurend bedreigd worden met terreur. Ik wil niet dat mijn kinderen in angst moeten opgroeien."

GOUDEN BADKAMERS
"Als er in Irak niks was gebeurd, zou Saddam Hoessein nog steeds zitten poedelen in zijn gouden badkamers en zouden duizenden Irakezen nog steeds zijn opgesloten in bedompte kelders. Er stond in Newsweek een foto van een apparaat dat ze gebruikten om te martelen: 'the big mate', een metalen koker van 2,5 meter hoog met een deurtje erin. Daarin werden mensen opgesloten. Aan de binnenkant zaten scherpe metalen pinnen van 25 centimeter. Dat deurtje ging dicht waarna ze met dat ding door de tuin van de zoon van Saddam gingen rollen. Dát is nu gestopt. Waar het politiek toe leidt, weten we nog niet. Wat ik wel weet, is dat mijn hart zegt: godzijdank is dat nu afgelopen. Dat kun je op het conto schrijven van George Bush. En niet op het conto van meneer De Villepin, van meneer Schröder of meneer Balkenende. Die serieuze poging om een einde te maken aan de ellende van de Irakezen is voor mij een flink deel van de rechtvaardiging van deze oorlog."

UNICUM
Volgens Groenhuijsen is het ‘niet kies’ om te zeggen dat je van een oorlog geniet. Maar het was natuurlijk een unicum dat de embedded journalisten mee mochten met de militairen. "Als televisiejournalist heb ik er in die zin van genoten dat we een heel nieuwe vorm van tv-verslaggeving hebben gezien. Het is niet eerder gebeurd dat we zó bij een oorlog zaten. Er was een zeer vergaande toegang voor journalisten, wat ik in de Amerikanen te prijzen vind. Het mocht allemaal live de lucht in, dus zonder censuur. Daarmee hebben ze een risico genomen. De Amerikanen wilden zoveel mogelijk laten zien van wat ze deden, vanwege het wereldwijde verzet tegen deze oorlog. Ook wilden ze geruchten vermijden. Wat dat betreft, hebben ze geleerd van de Eerste Golfoorlog. Toen werden zo’n vijfhonderd journalisten in Qatar op een kluitje gezet, die heel weinig te doen hadden en amper informatie kregen. Je kunt journalisten beter informatie geven en laten zien wat er gebeurt. Anders gaan ze geruchten ontwikkelen, die voor je het weet de hele wereld overgaan. Zoals president Johnson ooit zei: ‘You rather have them inside the tent pissing out, than outside the tent pissing in’."

Zelf heeft Groenhuijsen niet de ambitie het strijdtoneel op te gaan. "Ik vind spannende dingen leuk, maar ze hebben niet mijn eerste voorkeur. Ik vind het eigenlijk leuker om te doen wat we nu gedaan hebben: verslaggeving en analyse. Volgens mij ben ik daar ook beter in. Ik vind reportages maken in de Verenigde Staten nog steeds ontzettend mooi. Maar een flinke orkaan is wel het maximum wat ik aan gevaar nog echt leuk vind."

ONVOORSTELBAAR MOOI
"Correspondent zijn, ik heb het wel eens eerder gezegd, is waarschijnlijk de mooiste hondenbaan die er is. Je bent permanent in touw, moet vooral niet lui zijn en niet op je werktijden letten. Dat vind ik leuk. Amerika is ook een onvoorstelbaar mooi land. Ik geniet van de ruimte. En Amerikanen zijn over het algemeen ontzettend aardig. Natuurlijk ken ik alle bezwaren, die zijn ook valide: de harde samenleving, de doodstraf. En inderdaad, mijn buurman is vorige week zomaar op staande voet ontslagen; er vinden hier vijftien keer zoveel moorden plaats als in Amsterdam en de vergaande vrijheid van meningsuiting leidde er onlangs toe dat een senator ongestraft kon beweren dat homoseksuele seks vergelijkbaar is met incest. Dat is natuurlijk schandalig. Daar moet je de ogen niet voor sluiten. Dat is ook een kant van Amerika."

Aan het begin van zijn correspondentschap beloofde Groenhuijsen naar Nederland te zullen terugkeren op het moment dat zijn kinderen naar de middelbare school zouden gaan. "Over twee jaar is het zover voor de oudste. En ik denk er nog steeds over na. Ik vind dat kinderen in Nederland als puber veel meer de gelegenheid krijgen om volwassen te worden. Door alle dingen die je in het leven moet uitproberen ook uit te proberen zonder dat er voortdurend bestraffend wordt gekeken. Zo ben ik zelf ook opgegroeid. Ik heb het leven op de fiets ontdekt. Mijn ouders lieten mij gaan. Dat is hier allemaal veel strenger en strakker. Je mag tot je 21e niet drinken, wel vanaf je 18e een wapen dragen. En de idiote, rabiate manier waarop hier op softdrugs wordt gejaagd. Het leidt tot verschrikkelijke ongelukken met alcohol en kids die maar één ding willen: drugs. Omdat het niet mag."

‘BIJNA SAAI EN VOORSPELBAAR’
‘Elke keer als hij in beeld verschijnt, ziet hij er hetzelfde uit. Onopvallend. Niets dat afleidt van de boodschap,’ schreef de Volkskrant over Groenhuijsen. ‘Het gaat niet om hem, het gaat om het verhaal.’ Is dat herkenbaar? "Best wel. Jezelf ondergeschikt maken is voor mij inherent aan het vak van nieuwspresentator. Je moet proberen een geloofwaardige positie op te bouwen, zodat kijkers jou opzoeken. Je moet een vanzelfsprekendheid uitstralen. Bijna saai en voorspelbaar. Het verveelt pas op het moment dat ik de ene dag een pimpelpaarse das draag en de volgende een groene met noppen. Dan zit iedereen in spanning welke das ik de volgende keer om heb. En dat is niet goed. Als je een te groot karakter hebt, neem je te veel aandacht in beslag. Dan moet je een programma beginnen dat naar jou genoemd is. Voorlopig wil ik dit blijven doen. Ik geniet vooral van de momenten dat het live moet. Dat improviseren in lange uitzendingen, dat vind ik enig. Die verkiezingsuitslag van 2000, uur na uur opnieuw. Dat blijven duiden, kijken of je het verhaal helder kunt houden. Daar heb ik ontzettend van genoten. Ik kan me goed voorstellen dat ik op een gegeven moment iets meer uit de hectiek wil. Misschien dat ik dan terugga naar het presenteren, het echte anchoring."

En die wallen onder z’n ogen moeten we gewoon op de koop toenemen? "Tja, je bent zoals je bent. Ik probeer goed uitgerust te zijn, dan wordt het misschien iets minder. Maar ik word ook een oude man. We hebben trouwens wel extra geld geïnvesteerd om meer onderlicht te geven. En daarmee zie ik er ineens een stuk jonger uit!"

17-23 mei 2003