Gor Khatchikyan: ‘Ik zag een uitweg en ging ervoor’

Gor Khatchikyan kwam vanuit Armenië naar Nederland. In coronatijd werd hij als arts bekend door zijn video’s in 'Frontberichten'. Komende week is Gor het gezicht van 'Op de spoed'. ‘Ik wil niet in de sleur van het leven terechtkomen.’

Je bent als tiener vanuit Armenië naar Nederland gekomen. Wat is daaraan voorafgegaan?

“Dat is een vraag die me vaak gesteld wordt. Samen met mijn ouders en mijn broer ben ik als vluchteling naar Nederland gekomen, zij hebben hier asiel aangevraagd. Ik was toen twaalf jaar, best nog jong. De vlucht uit Armenië is hun keuze geweest. Ik heb met mijn ouders afgesproken dat ik over die tijd niet praat in de media: het is hun verhaal. Zij hebben er niet voor gekozen om in de publiciteit te treden, dus ik vertel daar niet over.”

Je kwam op Texel terecht, die plek is net even anders dan de rest van Nederland.

“Dat klopt misschien wel. Achteraf gezien was dat voor mij waarschijnlijk ook het beste. Omdat daar mensen waren die ons warm ontvingen. Ik denk dat Texel veel beter voor ons was dan een groot asielzoekerscentrum, waar de omwonenden ons misschien vooral zouden zien als de zoveelste nieuwkomers.”

Je hebt veel meegemaakt in je leven, is dat ook een reden dat je zo gedreven bent?

“Ja. Juist vanwege mijn achtergrond, wat ik heb doorgemaakt als tiener, hoe ik in Nederland ben geaard; daar zit een verhaal in dat andere mensen kan aanspreken. Ik vind het belangrijk om door te geven wat ik geleerd en ontdekt heb, zodat ik mensen kan inspireren om het leven, en alle hoogte- en dieptepunten die daar bijhoren, te omarmen. Daarbij is mijn geloof, ik ben christelijk, heel belangrijk voor me. Daarom spreek ik ook in kerken en op conferenties waar ik mensen probeer te motiveren om niet op te geven. Ik wil hen laten geloven dat er een plan is in het leven, een goed plan, maar dat mensen daarin ook hun eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat ze actief moeten blijven investeren in kennis en kunde, niet in een slachtofferrol moeten blijven hangen. Er is altijd een uitweg.”

Heb je als spoedeisendehulparts meer contact met patiënten?

“Eigenlijk niet, ik denk juist dat artsen op de polikliniek meer contact met hun patiënten hebben. Wij zien ze natuurlijk maar één keer, tijdens hun korte verblijf op onze afdeling, daarna laten we ze los. Eerlijk gezegd is hoeveel contact ik met patiënten heb ook niet wat ik het belangrijkste vind. In mijn werk zijn juist die korte contacten vaak heel heftig en intens.”

Het hele interview leest u in de NCRV-gids van week 22. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Hanneke Spijker