Simone Kleinsma: ‘Muziek is een veilig onderkomen’

Ze mist het theater, maar daar heeft Simone Kleinsma iets op gevonden. In het nieuwe programma Klassiekers met Kleinsma praat ze met collega’s over bijzondere kleinkunstliedjes. ‘Ik zoek altijd naar een lichte toon.’

Wanneer is een lied klassiek?

“Als iedereen het kent, denk ik, zodra ze de intro horen. Het hoeft niet per se oud te zijn, maar het is een feit dat je bij de eerste maten het klassieke lied al vaak herkent en dat je het na jaren nog kan meeneuriën. Maar waarom wordt het ene lied een blijvertje en het andere niet? Het belangrijkste is dat een lied mensen raakt en blijft raken, dat het niet uit de tijd valt. In ons programma staat de smaak van de gasten voorop en die is bij iedereen anders. Wij vroegen hen een lijstje te maken met nummers die iets voor hen betekend hebben. Waardoor ze het vak zijn ingegaan, bijvoorbeeld, waardoor ze geïnspireerd werden, of die de loop van hun carrière hebben bepaald. Een beetje de jukebox van hun leven. Daarmee hebben we elke aflevering samengesteld. Zo kregen we een breed scala aan muziek. Het was ontzettend leuk om te doen, om met vakgenoten over het vak te praten, de anekdotes, de bezieling te horen. We wilden een beetje de sfeer van keukentafelgesprekken creëren. En dat is gelukt. Ik zie mezelf niet als presentatrice, maar meer als de gastvrouw. In dienst van de gast. Voor mij een ander métier, want dit heb ik niet eerder gedaan.”

Tot hoever gaan jullie terug in de tijd?

“Jules de Corte hoort er zeker bij. Een vooral ook Toon Hermans. Hij komt vaak ter sprake, want hij heeft zoveel betekend voor zoveel mensen. Brigitte Kaan- dorp kwam met nummers uit Het klokhuis, daarvoor zijn veel mooie liedjes geschreven. Jörgen Raymann droeg Surinaamse liedjes aan en André van Duin wilde graag werk van Tom Manders laten horen. Er zijn natuurlijk ook vertaalde nummers bij. Stef Bos bijvoorbeeld koos voor ‘Cirkels’, dat bewerkt en gezongen is door Herman van Veen. En zelfs een gedicht: ‘Weet je nog’ van Hans Lodeizen, ook door Herman prachtig op muziek gezet: ‘Weet je nog? Toen de wind de bomen / tergde en hen de mantels van het lichaam trok.’ Een gedicht heeft een wat andere sfeer dan een liedtekst. Het verschilt in rijm en ritme, is dromeriger. Het bijzondere aan dit programma is ook, dat het een oud idee is van Guus (Guus Verstraete, haar overleden echtgenoot, red). Ooit zag hij een programma op de Franse televisie waarin mensen heel enthousiast over hun muziek praatten. Het was ook mooi vormgegeven en het sprak hem als televisiemaker enorm aan. Maar hij kon het idee toen niet kwijt bij de omroepen. Nu was kennelijk de tijd rijp. Daar ben ik zo blij om.”

Hoe komt het dat jij als topzangeres nooit op het Songfestival hebt gestaan?

“Ik ben blij dat ik daar nooit voor gevraagd ben! Want dat kan ik niet aan. Vroeger had je een songfestival in Knokke en in 1982 stuurde de Vara mij daarheen. Je werkte een hele week naar de finale toe. ’s Morgens zat ik trillend m’n eitje op te eten. Dit moet ik nooit meer doen, dacht ik toen; vreselijk, dat wedstrijdelement en die verantwoordelijkheid. Het hangt zo van het moment af. Nee, blij dat ik er niet heen hoef. Het is zo anders dan in een musical staan. Dát is mijn vak. Ook eng, hoor, die try-outs en de première, maar je werkt er samen aan en daarna zit het in je lijf.”

Het hele interview leest u in de NCRV-gids van week 22. Bent u geen abonnee, maar wilt u niets meer uit de gids missen? U kunt hier abonnee worden.

Tekst: Ella Wiesbrod