Recensie Mieke: Bloedwonder van Barry Smit

Alkmaar, eind negentiende eeuw. Op een nacht is Engel Smit getuige van een kwestie van leven en dood waarin hij verzuimt in te grijpen. In de jaren die volgen slaat het noodlot toe, keer op keer. Tot Engel niet meer kan, en besluit op te staan tegen de hoogste macht die hij kent.

Bloedwonder van Barry Smit ****

Is het geen grappig toeval dat mijn laatste bijdrage voor de zomer aan deze protestante gids zo’n katholiek tintje heeft? Want laten we eerlijk zijn: het blijft een raar geloof met al die poppenkast. Als je er niet mee bent opgegroeid houdt het een zeker hocuspocusgehalte. Neem nou het bloedwonder waar dit boek zijn titel aan ontleent. Dat gaat over een zekere Folkert, die zich in de Hoekse en Kabeljauwse Twisten – vijftiende eeuw, weet u nog? – niet onbetuigd laat. Hij verzwijgt dat en wordt priester. Het is dan ook niet raar dat hij van de zenuwen witte miswijn op zijn kazuifel morst. Die verandert in druppels bloed van Christus. Het stukje stof wordt er uit geknipt en verborgen achter het altaar, branden wil het niet. (Als iets niet wil branden is het heilig!) Jaren later verschijnt een engel aan een schipper in nood met het stukje stof in zijn handen. (Rara hoe kan dit?) De schipper moet naar Alkmaar en zeggen dat het stukje vereerd moet worden. Voilà, een relikwie!

De hoofdpersoon in deze historische roman is een vrome timmerman die dit verhaal hoort in de kerk, waar een gedenkmis wordt gehouden rond dat Heilig Bloedwonder van Alkmaar. Zijn leven verloopt voorspoedig, zijn werk gaat goed en hij trouwt met een schat van een vrouw. Hij is gevoelig, bepaald geen macho: ‘Niemand had hem voorbereid op de rillingen die door zijn hele wezen trokken toen Marrit hem voor het eerst in zich opnam… Hij begreep dat hij nooit hollere woorden had gehoord dan de snoeverige uitdrukkingen over liefdeloze seks.’

Er komen kinderen maar dan slaat het noodlot  toe. Hij verliest een pasgeborene, Engel vat dat nog op als een gerechtvaardigde straf van God: hij had immers niet ingegrepen toen een slagersknecht onschuldig van verkrachting werd beschuldigd en was doodgeslagen. Maar dan verdrinkt zijn zoon en belandt Marrit in een diepe depressie, die eindigt op de pas aangelegde spoorbaan. Engel krijgt last van visoenen waar de slagerszoon steeds in terugkomt. Zijn godsbeeld kantelt: Is God eigenlijk wel te vertrouwen? In een ik zou bijna zeggen bloedstollende scène gaat hij een rechtstreekse confrontatie met God aan, waarvan ik de afloop niet vertel. Het heeft alles met dat bloedwonder te maken.

Barry Smit komt uit Alkmaar en ik begreep dat hij dit verhaal losjes heeft gebaseerd op dat van zijn overgrootvader, die ook timmermanszoon was, en die ‘het water was ingelopen’. In ieder geval heeft hij veel in de archieven rondgestruind en dat is te merken. Een feitenopsomming is het gelukkig niet geworden en soms zegt iemand gewoon ‘sorry’. Je loopt er gewoon rond, in dat Alkmaar rond 1900.

Smit maakt ook nog een uitstapje  naar de vijftiende eeuw, om die gewelddadige Folkert wat meer reliëf te geven. Zijn dat niet veel verhalen door elkaar zou je kunnen denken. Nee, door Smits frisse, elegante taalgebruik voelt het nergens als te veel. Het boek is maar 142 bladzijden en toch zit er een hele wereld in. Er staat geen woord te veel in. Knap.

Uitgeverij Lebowski  142 blz. €21,99, e-book €9,99