Recensie Mieke: Niets in zicht van Jens Rehn

Een Amerikaanse officier die in de openingsscène een arm verliest, en een Duitse marinier zitten in een roeiboot midden op de Atlantische Oceaan.

Niets in zicht ****

Je kunt zo heerlijk in een andere wereld kruipen met een boek. Voor mij is dat altijd een groot genoegen geweest. Je slaat het voor je gaat slapen dicht en weet: morgen verder! Bij Niets in zicht was het omgekeerde het geval: steeds vluchtte ik het boek uit en keerde er moeizaam naar terug. Het is een kwelling om het te lezen. Steeds weer terug naar die rubberboot op zee, met die twee gedoemde mannen.

Het boek verscheen in 1954 en werd bejubeld als een meesterwerk, het werd gezien als ‘een existentialistische aanklacht tegen de oorlog’. Maar veel oorlog komt er niet in voor, als lezer zit je onafgebroken in die boot. Een Amerikaanse officier die al op de eerste bladzij een arm kwijtraakt, steevast ‘eenarm’ genoemd, en een Duitse onderzeebootmarinier, ‘de ander’. Ze hebben een fles whisky, sigaretten, wat chocola en kauwgom aan boord, ze dobberen op de eindeloze oceaan, en er is niets in zicht.

Die zin komt als een mantra steeds terug, om te benadrukken dat er geen enkele kans is op hulp of redding. Die komt er ook niet, de beide mannen zijn ten dode opgeschreven. Eerst gaat eenarm eraan, dan de ander. De fysieke teloorgang van beiden wordt zo scherp beschreven dat ik het boek soms weg moest leggen. ‘De ander trok de peuk van zijn lip en dat deed pijn. Het ingedroogde papier zat eraan vastgeplakt. Hij ging met zijn tong over het pijnlijke plekje en verwonderde zich dat die nat was. Eerder was zijn tong de hele tijd droog geweest.’

Af en toe wordt de handeling onderbroken door encyclopedische lemma, bijvoorbeeld hallucinaties, droom of ‘dorst (lat. sitis) is de onaangename gewaarwording in het slijmvlies van keel- en mondholte die erop wijst dat het lichaam vocht nodig heeft… Uiteindelijk ontstaat er hoge koorts, die gepaard gaat met ijlen, en volgt bewusteloosheid. De bewusteloosheid gaat ten slotte over in de dood.’ In hun lange weg naar die dood komen er veel dromen en hallucinaties langs, herinneringen aan hun jeugd, hun leven vóór de oorlog, aan een Betsy, aan een Maria…  Steeds vaker komen die langs in hun trippende breinen, enkel nog gevoed door tabak en alcohol… maar ook aan ‘die ene Grote”.

In het nawoord legt Guus Luijters een verband met Becketts Wachten op Godot, een stuk dat Jens Rehn waarschijnlijk in Berlijn gezien heeft. De absurdistische dialogen en rake beweringen wijzen daar op. ‘Goedkope, troostrijke filosofie kun je je alleen thuis naast de kachel permitteren.’ Ook werpt hij de vraag op wie – als de twee mannen gestorven zijn – de verteller van dit verhaal dan is. Tenslotte schrijft hij dat het in Niets in zicht niet in de eerste plaats om de oorlog gaat maar om de existentiële vragen van het leven. Waar, en een meesterwerk is het, maar wel een meesterwerk dat je alleen in kleine stukjes tot je kunt nemen.

Uitgeverij Nieuw Amsterdam 158 blz. €20, e-book €9,99