n zijn debuut ‘De overlevenden‘ ging Alex Schulman terug naar zijn jeugd, naar een zomer in het familie-vakantiehuis aan een meer, waar iets vreselijks bleek te zijn gebeurd.
In zijn debuut ‘De overlevenden‘ ging Alex Schulman terug naar zijn jeugd, naar een zomer in het familie-vakantiehuis aan een meer, waar iets vreselijks bleek te zijn gebeurd. Het was een enorm succes, ook hier, goed geschreven en ook spannend. Schulman werd de literaire lieveling van Zweden.
In ‘de zeventiende’ is wéér een zomerhuis het decor. En wéér gaat het over een traumatisch voorval van vroeger. Ik las in dit verband het woord ‘traumaplot’, waarbij het niet gaat over hoe iemand zich ontwikkelt, maar over hij/zij gevormd is door iets in het verleden. Kende ik nog niet, dat woord.
Vidar is de jongen die centraal staat. Hij is leraar, en geschorst omdat hij een leerling mishandeld heeft. Eigenlijk is hij een zachtmoedige man, hij snapt zelf ook niet wat er gebeurd is. Hoe komt dat jongetje aan zo’n giga-bloeduitstorting?
Als hij dozen uit zijn kelder haalt vindt hij een oud adresboek van zijn overleden vader waar het telefoonnummer van hun oude zomerhuisje in staat. Hij belt het, en … er wordt opgenomen! Hij kan praten met zijn vader, met zijn moeder, en uiteindelijk met zijn eigen jongere zelf. Een geweldig gegeven natuurlijk, dat zowel klassiek als duizelingwekkend is.
Natuurlijk kun je denken: Ho! Wat een raar verhaal, dat kan toch helemaal niet. Nee, maar dat maakt het idee niet minder de moeite. In Assepoester wordt een pompoen een koets. Hoor je daar ooit iemand over? Je moet gewoon meegaan met de schrijver, in zijn wereld klopt het. Misschien beeldt Vidar het zich in, in zijn steeds groter wordende gekte en isolement. Want hij werkt zich in het hedendaagse leven steeds verder in de nesten. Hij moet op een gegeven moment zelfs voor de rechtbank verschijnen.
Schulman maakt het geloofwaardig. En het idee dat je contact kunt krijgen met je vroegere ik is natuurlijk fascinerend.
Al snel realiseert zich dat hij altijd met één bepaalde dag verbonden is: 17 juni 1986, hij was toen tien. Dan raakt hij helemaal gefascineerd door die datum en gaat hij steeds preciezer in kaart brengen wat er van minuut tot minuut gebeurd is, en wat er is gezegd door wie, tot hij een muur heeft met duizenden briefjes waarop hij alles heeft genoteerd. Zijn ‘projekt’ loopt uit de klauwen. Ook distilleert hij het geluid van die dag. ‘gierzwaluwen die voorbij suisden, vogelgezang en een zacht briesje dat door de boomtoppen waaide.’
Aanvankelijk belt hij steeds met een andere smoes en met een andere identiteit, ‘ik ben de buurman, ik ben een verslaggever van de plaatselijke krant enz. Maar hij wil dieper gaan, verder. ‘Hoe doe je dat? Hoe praat je met jezelf als kind en leg je uit wie je eigenlijk bent. Hoe zeg je; ik ben jou?’
Als Vidar erachter komt dat er 55 minuten in zijn reconstructie ontbreken weet je dat daar de plot zit, het traumaplot. Wat heeft zich toen afgespeeld? En hoe verhoudt zich dat tot zijn agressieve gedrag van nu? Het wordt opgelost, maar toch was ik een beetje teleurgesteld.
De spanning was iets te hoog opgevoerd. Toch fijn boek.
Uitgeverij De Bezige Bij 272 blz. € 24,99 (e-boek € 12,99)
Vertaling Angelique de Kroon