Recensie Mieke
18 maart 2026
Fotocredit:

Recensie Mieke: Piaggo van Hendrik Groen

Nog voor de Boekenweek begon was er al gedoe over: het Boekenweekgeschenk.

Piaggio ★★

Nog voor de Boekenweek begon was er al gedoe over: het Boekenweekgeschenk. De bij veel lezers geliefde auteur Hendrik Groen mocht het dit jaar schrijven. U weet wel: de schrijver van dagboeken uit het bejaardenhuis: ‘Pogingen om iets van het leven te maken’ en Zolang er leven is, is er hoop’. (er is ook een leuke serie van)

Hij nam meteen de gelegenheid te baat om zijn echte naam kenbaar te maken: Peter de Smet. Dat moest ook wel, want anders moesten we een spook toejuichen op het boekenbal, als traditiegetrouw de schrijvers van het geschenk en het essay gaan zitten op het balkon. 

Gedoe ja. Joost Oomen vond het een ramp voor Nederland.

‘Voor veel mensen zijn de verhalen van Groen heel herkenbaar, zegt Oomen, maar origineel is het allemaal niet en het is ook geen kunst. En juist voor die kunst zou de CPNB moeten opkomen, en nee, dat is niet elitair.

Oomen kreeg veel bijval, maar Lex Paleaux vond het allemaal maar gezeik. ‘Je kan ook denken: wat tof dat de cpnb en de boekhandels er ieder jaar een feestje van proberen te maken.’

Ik was dus voorbereid op een weinig literair verhaal, maar het viel me alsnog niet mee. Het is wel erg zoetsappig.

De twee nog jonge bejaarden Anton en Marieke zijn niet bepaald heldhaftig. Allebei zijn ze tobberig, ze hebben geen baan meer (hij is ontslagen als schoenverkoper en zij kan door de reuma geen kapster meer zijn), ze zijn niet mooi: hij heeft een toupet en zij vindt zichzelf te dik. Slecht relatiemateriaal dus, en dat vinden ze zelf ook. Hij heeft een vervelende vader en zij een vervelende dochter, dat ook nog.

Doordat de een de buurvrouw is van de zus van de ander ontmoeten ze elkaar op een verjaardagsfeest, waar ze het uit verlegenheid op een zuipen zetten, en als hij haar vertelt dat hij ooit van plan was om in een Piaggio, zo’n autootje met drie wielen, vanuit Italië over de Alpen naar huis te rijden, maar dat nooit gedaan heeft, belooft ze dat zij met hem mee zal gaan. Romantisch, zo’n pruttelend tweetakt motortje dat niet harder dan 35 km per uur kan.

En ze doet het. Ze gaat mee. Daar is het verhaal, een roadtrip dus, eigenlijk wel mee verteld. Natuurlijk zijn er strubbelingen onderweg, maar ze slaan zich overal doorheen.

Ja wat moet ik ervan vinden? Het leest soepel weg en het is voor lezers van de dagboeken inderdaad herkenbaar, het gaat over oudere mensen die niet meer meedoen in de maatschappij en er toch iets van maken, door iets tegendraads te doen.

En bij de CPNB zullen ze gedacht hebben: lekker laagdrempelig.

Maar je kunt het ook te laagdrempelig maken. Ik bleef hopen op een verrassende draai, een leuke metafoor ‘Hij zoende een beetje zoals een hond uit de sloot drinkt’ was nog de aardigste.

Het verhaal pruttelt net als het de motor van de Piaggio maar door.

Ik hoop dat er lezers bijkomen door dit geschenk. Een ramp is het niet. Maar ik heb er weinig aan beleefd.

Back to top