Lisa Thunnissen en Nanne Timmer kozen verhalen van auteurs uit elf verschillende landen die de volle rijkdom van de Latijns-Amerikaanse literatuur tonen.
In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw was Zuid-Amerikaanse literatuur heel populair. Iedereen las Gabriël Garcia Marquez (Honderd jaar eenzaamheid!), Jorge Luis Borges, Isabel Allende en noem ze allemaal maar op. Hun boeken werden verfilmd. Magisch realisme was een hype. Kom er nu nog eens om. Wat is er gebeurd? Alleen Isabel Allende schrijft stug door en is nog steeds geliefd. Maar die woont al lang in Amerika. De romans van die anderen leven een kwijnend bestaan in weggeefkastjes. Die komen natuurlijk allemaal uit de huizen van de hemelende babyboomers.
Niet dat er niet meer geschreven wordt in al die landen. Integendeel: dat bewijst deze verhalenbundel, met een keuze uit verhalen van zestien auteurs, geboren tussen 1969 en 1988. Gekozen door vertaler Lisa Thunissen en Nanne Timmer, hoofddocent Latijns-Amerikastudies. Mooi initiatief. Geen enkele naam deed een belletje bij me rinkelen. Dat zegt toch ook iets.
Nou vergt een verhalenbundel van één auteur al een andere inspanning dan een roman. Want, hoe fijn ook, je moet als lezer telkens weer opnieuw beginnen. Laat staan als die verhalen van verschillende schrijvers zijn. Is er een gemene deler in te ontdekken?
Het eerste, Levende huizen van de Venezolaanse Liliane Lara, gaat over een jonge vrouw die huizen schoonmaakt, ook een waar nooit iemand komt. Een ‘zonderling, dood huis’, dat haar steeds meer intrigeert. Uiteindelijk neemt ze er zelfs haar intrek, in de voorraadkast. Haar eigen ouderlijk huis heeft ze moeten verlaten, om dat niet te laten verschimmelen moet ze geld verdienen. Haar broer en zus zijn inmiddels ook Venezuela ontvlucht.
Ook de hoofdpersoon in het titelverhaal Je zult geen bloemen dromen van Fernanda Trías woont in andermans huis. Hebben we hier een overkoepelend thema? Het continent kent natuurlijk een woelige geschiedenis met staatsgrepen, terreur en dus: vluchtgedrag. Als we het over terreur hebben, maakte Veiling diepe indruk, snoeihard. Een vrouw die opgroeide met een vader die hanenfokker was, (ze moest na een hanengevecht altijd de veren en warme darmen weggooien), is door die harde jeugd bestand tegen die terreur: op een veiling waar mensen worden verkocht die opgepakt zijn. Gebeurde dat echt in Equador? Intens en gruwelijk.
In De pakken moet je goed lezen om te snappen dat Luigi, van arme komaf, zijn pakken, en parfum bekostigt met het verraad van communisten. President Balaguer kwam me niet meteen bekend voor. Pas na lezing van het uitgebreide nawoord begreep ik dat het verhaal zich afspeelt tijdens de dagen van wrede onderdrukking in de Dominicaanse Republiek. Balaguer was de opvolger van Trujillo.
Niet elk verhaal is even literair. In Forel op zijn rug, dat zich afspeelt bij een forellenkwekerij in de bergen van Guatemala trof ik wel erg veel clichés: de overspelige hoofdpersoon staat ‘in vuur en vlam’, een rilling kruipt omhoog via zijn nek, en ‘zijn hart maakte een sprongetje’.
Het is van alles wat, een staalkaart. In het uitgebreide en beslist informatieve nawoord wordt veel duidelijk. Daarin wordt ook ingegaan op het thema dat wel degelijk in veel verhalen terugkomt: ruimte, zowel letterlijk als figuurlijk.
Wie weet komt er een opleving van de Zuid-Amerikaanse literatuur.
Uitgeverij Wereldbibliotheek 240 blz. € 22,99 (e-boek € 11,99)