Recensie Mieke
01 oktober 2026
Fotocredit:

Recensie Mieke: Aldus de doden van Doireann Ní Ghríofa

Haar roem was al vooruitgesneld: het eerste boek van deze Ierse met die onuitspreekbare naam, Een geest in de keel, over de stem van een achttiende-eeuwse dichteres die zich opdringt aan een jonge Ierse schrijfster, werd een internationaal succes.

Aldus de doden ****

Nu is Colm Toíbín een van mijn lievelingsauteurs, dus bij mij hebben Ieren sowieso een streepje voor, ook al slaat dat natuurlijk nergens op. Maar toch: genoeg reden om Aldus de doden verwachtingsvol open te slaan.

Het begint met ‘geklop in de nacht’. Aha! Hier zijn ook geesten die het woord richten tot de auteur!

Ook hier is dat een jonge moeder van kleine kinderen, ongetwijfeld weer een alter ego van Doireann Ní Ghríofa. Op een heuvel boven de stad ziet ze een bord ’te koop’ bij een vervallen psychiatrisch ziekenhuis dat verbouwd wordt tot appartementen en nu wordt ook de ziekenhuiskapel in de verkoop gedaan. De vrouw beseft, labiel als ze is (ze had al twee keer op een brugleuning gestaan), dat ze waarschijnlijk zelf haar dagen binnen die muren zou hebben gesleten. Als ze eerder geboren was.

In een opwelling maakt ze een afspraak met de makelaar, ook al heeft ze er absoluut het geld niet voor, en daar, op die plek, komen de schimmen tot leven. Ze hoort hun stemmen. De vrouw, ook wel L genoemd, de Lezer, duikt in de archieven en raakt geobsedeerd door de vrouwen die er werden opgenomen.

Het leed van deze levens, denkt ze, wat trekt haar daarin aan? Wat zegt het over haar eigen pijn, dat zij ervoor kiest om zich volledig onder te dompelen in de levens van anderen?

In het stadsarchief blijken de patiëntenboeken nog te liggen, waaraan ze verslaafd raakt. Massa’s Mary’s, Kates en Ellens passeren de revue. ‘Ze las en las, en terwijl ze las tolden die levens uit de tekst haar hoofd in, waar ze tot leven kwamen.’ En dat gebeurt dan vrij letterlijk: ‘Uit de massa’s drong één vrouw naar voren die haar bij de elleboog greep, de vingers stevig op haar huid, en erop stond in de tegenwoordige tijd te spreken.’

Je moet er als lezer wel in mee willen gaan, in deze surrealistische scènes, en dat kon ik ook wel. De verhalen van de vrouwen die in zo’n inrichting terechtkwamen zijn aangrijpend, maar het waren er wel véél. Het ging maar door. Ik moest steeds weer opnieuw beginnen in zo’n leven. Daardoor vorderde ik maar langzaam. De foto’s hielpen wel.

De absolute hoofdrol is weggelegd voor een vrouwelijke arts, Lucia Strangman Fitzgerald, die de geschiedenissen van al deze vrouwen heeft opgetekend. Ze ziet heel goed waar de wanhoop en woede vandaan komen van al deze onfortuinlijke zielen, die voor krankzinnig worden versleten.

Lucia heeft echt bestaan. Ze kijkt je doordringend aan vanaf de voorkant. Ook het ziekenhuis in Cork bestond. Achterin staat een verantwoording van alle feiten.

Nee, dit boek las ik niet in één ruk uit. Ik vond het wel heel knap, hoe Ní Ghríofa beschrijft wat plekken kunnen oproepen en hoe je er soms de geschiedenis letterlijk kunt voelen.

Uitgeverij Cossee 368 blz. € 27,99 (e-boek € 14,99)

Back to top