Een vrouw met een drukke baan vindt in de natuur een verlaten, pasgeboren, piepklein haasje, voelt ze zich geroepen het een kans te geven om te overleven.
HAls kind had ik een speelgoedhaas, Heer Haas. Er zijn foto’s waarop ik als peuter gelukzalig naast hem in een strandstoel lig. Ik liet hem vast een tijd links liggen, maar toch nam ik hem mee naar Amsterdam toen ik ging studeren. En ik heb hem nog steeds! Weliswaar zijn zijn snorharen in de loop der jaren kortgeknuffeld, maar Heer Haas ‘leeft’ nog. Ik heb ook een hazenbeeld op mijn dakterras.. Dit boek moest ik lezen!
Dalton, die niet alleen in Engeland een bestseller had, maar ook internationaal succes oogst, was helemaal geen natuurmens, ze was politieke speechschrijver in Londen, een workaholic die als het er op aankwam haar werk altijd vóór liet gaan.
Tijdens de coronapandemie verblijft ze in haar huis op het platteland, een verbouwde schuur, en op een winterse wandeling vindt ze een klein pasgeboren haasje, een pulsterling.
Tegen het advies van vrienden en natuurbeschermers in neemt ze het mee naar huis en het lukt haar om hem in leven te houden.
’Aan het einde van de eerste week begon de haas geleidelijk steeds verwoeder te drinken. Zijn kleine ivoorkleurige pootjes omklemden de fles in de buurt van mijn hand of klauwden in een door de melk veroorzaakte roes trillend in de lucht, terwijl zijn korte oortjes achter zijn kopje trilden, en zijn waaier van snorharen mijn handen en gezicht kietelden wanneer ik me over hem heen boog.’ Mooi hoe goed ze naar het haasje kijkt.
Die poten zullen trouwens enorm groeien, net als de oren.
Boeken over leven met een dier zijn niet uniek. ‘H is voor havik’ waarin Helen Mc Donald een havik probeert te temmen. En had Dik Trom al niet een kraai waarmee hij vriendschap sloot? Maar dit is toch niet hetzelfde: Dalton probeert de haas niet tam te maken, ze laat hem juist zo veel mogelijk zijn eigen wilde zelf zijn, haar huis en tuin in en uit huppend en op de bank of de trap slapend. Wat dat betreft lijkt het meer op ‘Muizenleven’ van Eva Meijer, die de muizen ook ruim baan geeft. Ze wil het expres naamloze haasje zelfs niet aanraken uit angst dat andere hazen hem/ zullen verstoten.
‘Ik ben bij de haas te gast’ vindt Dalton, niet andersom, en ze gaat ver: met donker naar bed, een bank die ze al heeft afgedankt weer terugzetten: hazen kunnen slecht tegen een verandering in hun omgeving.
Door het samenleven met de haas, die later ook nog jongen krijgt, krijgt ze steeds meer oog voor de natuur. Ze gaat anders kijken naar de omgeving, vooral hoe het steeds efficiënter wordende boerenbedrijf het hazenleefgebied verstoort.
Het is een plezier om te lezen, al is het geen literair meesterwerk. Ook diept Dalton allerlei cultuur-historische informatie op, die varieert van Aelianus uit de tweede eeuw na Christus tot 16e eeuwse ‘noble art of hunting.’ Want ja, de haas is natuurlijk ook een lekker hapje. Ook ik ben dol op hazenpeper, maar ik vrees dat ik dat nu niet meer onbekommerd kan eten.
Ps. Het boek ziet er geweldig uit, tekeningen en haasjes op snee.
Uitgeverij Prometheus 304 blz. € 23,99 (e-boek € 13,99)