Zeven jaar na de dood van haar partner keert Vrouwkje Tuinman terug naar La Palma.
Alweer zo’n mooi boekje in de wandelreeks van Van Oorschot.
Alles aan deze serie is aantrekkelijk: het lettertype, de omslagen (ontworpen door Joris De Raedt), het zachte papier en het formaat. Achterin elke uitgave staan coverfotootjes van de andere boekjes. Dat roept echt verzamelzucht op, je zou ze allemaal wel willen hebben.
De inhoud is uiteraard wisselend, maar valt nooit tegen. Tenminste niet bij de uitgaven die ik las, zoals het hilarische De 3 bestaat niet van Gerbrand Bakker, over een wandelpad langs zijn huis in de Eifel. Of het contemplatieve Je keek te ver van Marjoleine de Vos, beide uit het begin van de reeks (2020). Of Terug naar de nul waarin Frank Westerman zijn Engelse geliefde langs de hunebedden uit het landschap van zijn jeugd voert. En altijd het zelf getekende plattegrondje! Van Oorschot mag van mij nog even doorgaan met deze literaire wandelingen.
Natuurlijk gaan de wandelingen niet alleen maar over de wandelingen. Dat maakt wandelen ook zo fijn: je geest kan alle kanten op waaien, in de natuur. Of je komt juist mensen tegen, zoals Marja Pruis, die in het pas verschenen Zonnehuis rondloopt in het Amsterdam-Noord van haar jeugd. Daar komt ze onvermijdelijk haar zus tegen: ‘Sinds ze er niet meer is, spookt mijn zus in mijn hoofd. Ze is er gewoon. Ik kan tegen haar praten, spreekt zachtjes haar naam uit, zoals ik haar naam uitsprak als ze me belde.’
Ook Vrouwkje Tuinman loopt in Ons geheime eiland 8naast iemand die er niet meer is: haar partner de dichter F. Starik, die in 2018 overleed. Elk jaar, twaalf jaar lang, ging ze met hem naar het eiland La Palma, een van de Canarische eilanden, in hetzelfde appartement, in hetzelfde dorp, om daar vrijwel niets te doen: beetje lezen, beetje zonnen en af en toe zwemmen in de Atlantische oceaan. Op de dag dat het niet zulk mooi weer was maakten ze altijd dezelfde wandeling langs de kust.
Zeven jaar later gaat ze opnieuw, nu alleen. Inmiddels is er een pandemie geweest en is er een vulkaan uitgebarsten, het leven heeft er vrijwel stilgelegen. Dat congrueert mooi met de stilstand in haar eigen leven. Denk ik.
Maar nu gaan de eerste restaurantjes weer open, en kan ze zich er toe zetten om die vertrouwde plekken weer onder ogen te komen. Zonder hem. Dat kostte tijd: ‘Als ik geen zin had om uit te leggen dat ik niet wist of er nog iets van over zou zijn zonder hem, dat níet naar La Palma gaan de mogelijkheid dat wij er misschien nog waren openhield, dan mompelde ik wat over vliegschaamte en was het gesprek meestal voorbij.’
Het deed me denken aan het autobiografische verhaal van Julian Barnes uit Polsslag, waarin hij na de dood van zijn vrouw een van de Schotse Hebriden bezoekt, een plek waar ze samen gelukkig waren geweest in de hoop iets van verdriet te verwerken. En ja, een mens alleen is ook een eiland, een eiland van gemis en verdriet. Vrouwkje Tuinman heeft het prachtig en ontroerend beschreven.
Uitgeverij Van Oorschot 68 blz. € 13,50 (e-boek € 7,50)